Standscorrectie onderbeen

Door een afwijkende stand kan slijtage (artrose) van de knie ontstaan. Soms is er een mogelijkheid tot een verandering van de stand van het onderbeen.

Wanneer wordt een correctie van de kniestand geadviseerd?

Als de artrose min of meer beperkt is tot één zijde van het kniegewricht, kan een correctie van de afwijkende stand goede resultaten opleveren. Tijdens de operatie corrigeert de orthopedisch chirurg de (bijna altijd) O been stand van uw been, waardoor de drukverdeling in het gewricht verbetert: het beschadigde deel wordt minder belast. De pijn is daarna voor het grootste deel of helemaal verdwenen. Plaatsing van een knieprothese is dan niet nodig of kan jaren worden uitgesteld.

Standscorrectie onderbeen operatie

Voorbereiding op de corrigerende operatie

De operatie vindt plaats onder algehele narcose of met een ruggenprik. De anesthesioloog bespreekt de diverse mogelijkheden met u. Tijdens de opname krijgt u medicijnen om trombose te voorkomen en antibiotica om het (kleine) infectierisico nog verder te beperken.

 

De operatie

De ingreep duurt ongeveer anderhalf uur. De orthopedisch chirurg voert de correctie meestal uit net onder de knie, in het scheenbeen. Aan de binnenkant wordt een wig tussengevoegd. Dit is een wig van donorbot. Na de correctie zet de orthopedisch chirurg het bot vast met een plaat met schroeven.

 

Nabehandeling

U verblijft twee dagen in het ziekenhuis. De eerste dag na de ingreep begint u gelijk met revalideren en krijgt u pijnstillers. De eerste zes weken loopt u met krukken en een strekbrace ter bescherming. U mag gaan oefenen, in eerste instantie met de fysiotherapeut, met het buigen en strekken van uw knie. Dit moet onbelast. Ook het lopen gaat de eerste zes weken aantippend. Uw fysiotherapeut leert u hoe dat gaat. De genezing duurt ongeveer 12 weken.

Welke complicaties kunnen optreden?

Ondanks alle zorg die er aan uw knie wordt besteed rond de operatie, kan het voorkomen dat zich toch complicaties voordoen, bijvoorbeeld:

  • Infectie.
  • Onder- of overcorrectie.
  • De botstukken groeien vertraagd of niet aan elkaar. In dat geval is een tweede operatie nodig.
  • Trombose, ondanks toediening van bloedverdunners.
  • Uitvallen van een zenuw. Deze complicatie komt een enkele keer voor. Hierdoor ontstaat tijdelijk of blijvend een klapvoet.
Standcorrectie kniestand

Standcorrectie kniestand

Voor meer informatie over dit onderwerp, verwijzen we u door naar de website van onze orthopedische vakvereniging.